Samenleving / Methode M

Verzorgingsstaat

We noemen Nederland een verzorgingsstaat. Een staat waarin de overheid zorgt voor haar inwoners. Dit doet ze bijvoorbeeld door te zorgen voor een inkomen voor oude mensen, mensen die zwanger zijn of mensen die echt niet kunnen werken. In deze opdracht gaan we ons in dit onderwerp verdiepen.

Wat moet ik weten en kunnen?
  • Weten wat een verzorgingsstaat is.
  • Uitleggen hoe de overheid zorgt voor een minimumniveau van bestaanszekerheid.
  • Uitleggen wat het verschil is tussen de verzorgingsstaat en een participatiesamenleving.

A. Nederland is een verzorgingsstaat

De Nederlandse overheid moet de bestaanszekerheid van mensen garanderen. Dit is zelfs vastgelegd in de grondwet. De overheid is dus bij wet verplicht om voor de burgers te zorgen.

Bijvoorbeeld door mensen financieel te ondersteunen als ze zonder werk komen te zitten door ziekte of ouderdom. Maar ook door te zorgen voor sociale voorzieningen als gezondheidszorg en onderwijs.

Voor ons is dit normaal, maar vanzelfsprekend is het niet. In sommige landen beperkt de overheidsbemoeienis zich tot het zorgen voor de infrastructuur of de veiligheid van mensen. Het voordeel wat daar dan tegenover staat is dat mensen minder belasting hoeven te betalen. Want de verzorgingsstaat zoals we die in Nederland kennen, is heel erg duur.

De video hierboven legt uit wat de verzorgingsstaat is, maar ook dat de verzorgingsstaat te duur is geworden. De overheid heeft minder inkomsten. En Nederland heeft veel oude mensen. We noemen dit vergrijzing. Deze mensen houden dus langer hun pensioen en de overheid betaalt meer aan de ziektekosten.

Opdracht 1

Bekijk de bovenstaande video. Wat is het probleem van de verzorgingsstaat?

Opdracht 2

A) Bekijk de video nogmaals. Noem drie oorzaken waardoor de verzorgingsstaat te duur is.

B) Waarom kosten ouderen de samenleving meer geld dan jongeren?

B. Wat merk jij hiervan?

De Nederlandse overheid zorgt voor je van de wieg tot het graf. Op alle leeftijden zie je de overheidsbemoeienis terug. Zo heeft iedereen in Nederland een zorgverzekering tegen onverwacht hoge ziektekosten. Ouders van kinderen krijgen kinderbijslag, gepensioneerden krijgen ouderdomspensioen (AOW) en mensen die geen woning kunnen betalen krijgen huurtoeslag.

Laten we eens kijken wat de overheid doet voor jongeren.

#1. Kinderbijslag
Ieder kwartaal krijgen ouders kinderbijslag, een geldbedrag dat bedoeld is om een deel van de kosten die je als ouder voor je kinderen maakt, te betalen. Ouders mogen zelf bepalen waar ze het aan uitgeven.

#2. Gratis onderwijs
Je ouders hoeven niets te betalen voor je middelbare school! De leraren en je boeken worden betaald door de overheid. Ook de basisschool is gratis.

#3. Studiefinanciering
Studeren is best wel duur. Je moet studieboeken of studiematerialen betalen.  Soms ga je op kamers om dichterbij je school te wonen. Ook vraagt een opleiding een eigen bijdrage voor de studie. Je kunt daarom goedkoop bij de overheid geld lenen.

#4. Minimumjeugdloon
De overheid heeft in de wet vastgelegd dat iedereen die werkt een minimaal salaris moet verdienen, dit noemen we het minimumjeugdloon.

Opdracht 3

Wat merk je als scholier of straks als student van de sociale voorzieningen? Noem twee dingen.

Opdracht 4

A) Bereken hoeveel jij per uur minimaal betaald moet krijgen als je iedere week 8 uur werkt.

B) In een supermarkt werken vaak meer 15-jarigen dan 19-jarigen. Leg uit aan de hand van het minimumjeugdloon waarom dat zo is.

C. Participatiesamenleving

De koning vertelt in de bovenstaande video dat de kosten van de verzorgingsstaat te hoog zijn en dat de overheid deze niet meer kan betalen. Ook zegt hij dat mensen minder overheidsbemoeienis nodig hebben, omdat ze zelfstandiger zijn dan zeventig jaar geleden. Hij spreekt over de overgang van een verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving.

Met de participatiesamenleving bedoelt hij een samenleving waarin burgers zelf meer verantwoordelijkheid nemen om problemen op te lossen. Ze zouden minder afhankelijk van de overheid moeten worden. Dit bespaart de overheid een hoop geld.

Het verschil tussen de verzorgingsstaat en de participatiesamenleving uitgelegd aan de hand van voorbeelden.

Voorbeeld: Een vrouw (80 jaar) heeft hulp nodig bij het wassen.

Verzorgingsstaat
De overheid zorgt voor een verpleegkundige aan huis.
Participatiesamenleving
De oude vrouw zoekt mensen die dezelfde hulp nodig hebben en samen huren ze een verpleegkundige in.

Voorbeeld: Een man van (55 jaar) wordt werkloos.

Verzorgingsstaat
De man krijgt twee jaar lang een werkloosheidsuitkering.
Participatiesamenleving
De man moet in ruil voor een uitkering verplicht helpen in een buurthuis.

Voorbeeld: De basisschool komt handen te kort voor bepaalde activiteiten.

Verzorgingsstaat
De overheid betaalt een extra onderwijsassistent of conciërge.
Participatiesamenleving
Ouders helpen op de basisschool mee met klusjes, overblijven, voorlezen en het opsporen van luizen.

Met de participatiesamenleving probeert de overheid de kosten lager te houden. Mensen moeten zelf meer initiatief nemen om problemen op te lossen. Bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk voor hun omgeving te doen, gezamenlijk gezondheidszorg in te kopen of door samen een buurthuis op te richten. Ook wordt er meer van de familie verwacht om te zorgen voor oude ouders of zieke familieleden. We noemen dit mantelzorg.

De overheidsbemoeienis bij een participatiesamenleving is dus een stuk minder dan bij een verzorgingsstaat. Burgers krijgen meer vrijheden en de overheid is er alleen nog wanneer het echt niet anders kan.

Opdracht 5

A) Zou jij vrijwilligerswerk voor de samenleving willen doen?

B) Onderzoek waar het woord mantelzorg vandaan komt. Omschrijf in het kort het verhaal.

Opdracht 6

Leg het verschil uit tussen de verzorgingsstaat en de participatiesamenleving.

 

Jouw feedback