Cover Stille Generatie
Bron: Ben van Meerendonk / AHF, collectie IISG, Amsterdam

1. Stille generatie (1925-1940)

De stille generatie is geboren tussen 1925 en 1940. Deze generatie was jong tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het zijn de oma’s en opa’s of misschien, als ze jong kinderen hebben gekregen, de opa’s en oma’s van jullie ouders. Het is een generatie die hard werkt en die je niet hoort klagen: de stille generatie.

Stille generatie
Geboren tussen:
1925 – 1940
Jong tussen:
1935 – 1950
Jeugdculturen:
Geen

1.1. Wat speelde er tijdens hun socialisatieproces?

Deze generatie groeide op in én net na de Tweede Wereldoorlog. Dat betekent dat ze jullie leeftijd (14-15 jaar) hadden tijdens de oorlog en de moeizame wederopbouw van Nederland. Een zware tijd waarin er weinig mogelijkheden waren om te dromen over rijk worden of het vinden van een leuke baan. Laat staan dat je ging reizen, zoals dat nu heel normaal is.

Zo was er wel middelbaar onderwijs, of hoger onderwijs, maar hier werd nog niet veel gebruik van gemaakt. Na de basisschool gingen de kinderen werken, het geld was voor hun ouders. Zeker meisjes gingen niet naar school, ze moesten al vrij snel werken als dienstmeisje of in de fabriek.

Deze generatie is aan de naam “de stille generatie” gekomen, omdat de volgende generatie (de protestgeneratie) in opstand kwam en van alles eiste. Later vroegen ze zich af waarom deze generatie zich zo stil had gehouden. Had de stille generatie niet eigenlijk ook een reden tot protesteren?

Het is nu waarschijnlijk gelukkig niet meer voor te stellen, maar de “stille generatie” groeide op in een periode vol gevaren tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zelfs toen de oorlog voorbij was, waren de gevolgen nog overal te zien en te merken. Wat doet dat met een kind?

1.2. Welke kenmerken heeft deze generatie?

De stille generatie was heel traditioneel. De mensen leefden nog heel erg volgens christelijke waarden en normen. Ze durfden zich niet spontaan te uiten. Het was een plichtsgetrouwe generatie, dat wil zeggen dat ze zich verantwoordelijk voelden om hard te werken. Zijzelf en hun ouders hadden tenslotte de oorlog meegemaakt. Er werd niet gezeurd. Er was weinig geld voor leuke dingen. De mensen moesten zuinig leven. Er was geen overbodige luxe.

Ouders en kinderen gingen heel anders met elkaar om dan nu. Kinderen spraken hun ouders in de meeste gevallen aan met ‘u’. Ook zagen kinderen hun ouders nooit naakt. Van de vrije moraal en een seksuele revolutie was nog zeker geen sprake. Dit is de laatste generatie die is opgegroeid zonder televisie.

 

Jouw feedback